The Seven Samuraifilms: Yojimbo

yojimbo

Na het zien van de voorstelling van Mimetheatergroep Bambie, en het daarin horen van de Japanse fluitjes en percussiegeluidjes, raakte de CINEmaki in een bui om te schrijven over samoeraifilms. Over zeven dagen verspreid wordt een zevental films aangeraden. We beginnen met een grootmeester.

:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|Yojimbo|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::

Een meesterloze samoerai (ronin) wandelt een ogenschijnlijk verlaten dorp in. Het heeft wat weg van een western. Maar ach, regisseur Akira Kurosawa heeft ook nooit onder stoelen en banken gestoken dat westernfilmer John Ford een van zijn grootste invloeden is. De sfeer voor de film wordt echter het meest gezet door één fantastisch shot: een hondje dat voorbij rent met een mensenhand in zijn bek.

De meeste samoeraifilms van de jaren ’50 en ’60 zijn gesitueerd in de hoogtijdagen van de krijgersklasse, het Edo tijdperk (1603-1868). Kurosawa niet, die tweeënhalve eeuw van relatieve stabiliteit interesseren hem lang niet zo veel als de tijd van de sengoku, de strijdende staten. Door het gebrek aan een centrale macht was het gezag versnipperd over een groot aantal kleine machtscentra. Lokale heren vochten elkaar de pan uit. En samoeraikrijgers, eerzuchtige vechters uit de edele klassen, kwamen zonder meester. Vele zwierven rond op zoek naar werk, op zoek naar een nieuwe heer om te dienen.

4478015047_80b12b7b10_oMaar de politieke onrust zorgde er ook voor dat misdaad kon floreren. Er was minder strak geregeld toezicht op gangsters in kleine dorpjes, die met harde hand konden regeren en domineren. En afgezanten van dat beetje macht konden worden omgekocht. Het resultaat: een hondje met een mensenhand in zijn bek is het eerste welkomstcomité voor een ruwe, verarmde samoerai.

De naamloze krijger biedt zich aan bij een van de twee heersende families, die onderling een wapenstilstand hebben afgekondigd. Vervolgens biedt hij zich aan bij de andere familie. Op straat komt het tot een confrontatie tussen de twee strijdende fracties. Ze drentelen naar elkaar toe, te bang om de andere partij aan te vallen. Maar elke bijna-aanval trekt meteen weer terug. De ronin, die van hoog af toekijkt, lacht zich te pletter en zet de bendes te kakken. Zijn onderhandelingspositie is geconsolideerd: hij kan elke prijs vragen die hij wil.

Is het strikt eigenbelang dat hij najaagt? Een herbergier, die het enige contact tussen de ronin en de dorpsbevolking symboliseert, vermoedt van wel.

Er is ook een drinkebroer in diezelfde herberg waar de hoofdpersoon zijn onderkomen heeft. De dronkenlap is een wrak van een mens, hij is zo geworden om één van de families zijn vrouw heeft afgepakt en uitbuit. Hij en zijn zoon zijn alleen. Pas wanneer de samoerai hem helpt wordt zijn morele agenda duidelijk. Vooralsnog heeft hij de schijn moeten ophouden net zo erg – nog érger! – te zijn dan de bendes die hij verzwakt door ze tegen elkaar uit te spelen. Het is een plot waar Django Unchained (de titelfiguur doet zich voor als zwarte slavenhandelaar om zijn vrouw te kunnen redden) nog een puntje aan kan zuigen. Ambiguïteit is een prachtig plot device.

De CINEmaki zou graag nog wat schrijven over de aanwezigheid van het pistool in de film. Wellicht een andere keer.

yojimbo-ladder400

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s