Aantekeningen: Matterhorn (L.R.!)

film_12780_628_262_90

:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|Matterhorn|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::|:::

De CINEmaki heeft één stelregel: geen kwaad woord over film. Het leuke daaraan is dat recensenten fair game zijn.

Het lange bioscoopfilmdebuut van ‘Vliegende Panter’ Diederik Ebbinge, Matterhorn, wordt alsmaar in één adem genoemd met het oeuvre van Alex van Warmerdam. Ik wil er best aan dat Ebbinge tot op zekere hoogte schatplichtig is aan Van Warmerdam, dat die enigszins de weg heeft vrijgemaakt voor een film als deze, maar er zijn te veel afwijkingen om het simpelweg zodoende over één kam te scheren.

Matterhorn staat niet tot Alex van Warmerdam zoals De Ontmaagding van Eva van End staat tot Wes Anderson – en zelfs daar is de vergelijking waar ik me in heb mee laten slepen flauw en te kort door de bocht. Het getuigt van een gebrek aan inleving om Matterhorn in deze hoedanigheid aan te duiden en zeker om het zo en masse te doen.

Ik vind het niet zo zeer vervelend omdat de film minder van Van Warmerdam wegheeft dan de vergelijkingsorgie doet vermoeden, maar vooral omdat deze inprenting de kijkervaring verstoort. Liever had ik de film op zichzelf beoordeeld, maar nu heb ik vaak zitten denken ‘dit lijkt niet op Van Warmerdam’, ‘dat lijkt niet op van Warmerdam’, en de rest kun je zelf bedenken. Nee, ik hoef geen recensies te lezen. Maar dat doe ik wel graag.

Allez, tijd om Van Warmerdam te laten voor wat hij is – tot we weer een van zijn parels behandelen – en het eens over Matterhorn te hebben.

Het verbaasde me het meest hoe zeer de film me wist te ontroeren. Zeker met de opbouw die erin zit, leek een einde zoals het einde van Matterhorn er allerminst aan te komen. Toch kwam het er.

Wat de film maakt is het steeds terugkerende shot van het dorp: één rechte straat in cinemascope formaat, huizen aan weerszijden en in het midden die enorme kerk. Kerken staan erom bekend dat ze verticaal zijn, nou dit is archetypische kerk. Een voorbeeld voor andere kerken.

Een zeer fijnzinnig onderdeel van dit zwaar gereformeerde kerkgebouw is de relatie tot de dominee. De kerk is zo’n prominent onderdeel van het dorp, en daarmee van de gemeenschap, dat ze een personage op zich is. Dat staat compleet in contrast met de dominee die niet veel meer is dan een stuk meubilair. Hij preekt amper meer in woorden. Het is meer een klankgedicht die uit zijn mond wordt geperst, wars van alle betekenis die de schrijvers van de Bijbel ooit in het boekwerk hebben gestoken. Niet dat het erg is, want de kerk zit tijdens de dienst vol mensen die de tekst al uit hun bolletje kennen. De dominee heeft geen ineens een vrije wil buiten de context van de kerk. Op bezoek bij de hoofdpersoon Fred (Ton Kas) neemt een stuurse medeparochiaan Kamps (Porgy Franssen) hem steeds bij het handje en stuurt hem.

Overigens, een leuk shot om op te letten is wanneer Kamps in de kerkbanken voor zich uit zit te staren. Hij komt meerdere malen kort in beeld, maar bij één van de shot zie je voor zijn ogen een stofje naar beneden dwarrelen. Je vraagt je bijna af of het shot daarvoor is uitgekozen, maar het is eigenlijk nauwelijks zichtbaar.

Verreweg mijn favoriete aspect van de film is dat regisseur Ebbinge wat twijfel zaait – bewust of onbewust, ik weet het niet – over zijn eigen kunnen om een verhaal netjes te vertellen. Maar op het einde is al deze twijfel compleet uit de weg geholpen. Wat ik bedoel?

Er zijn wat plotlijntjes die wat slordig lijken. Zo is er een moment dat Fred met een kater wakker wordt en Theo (René van ’t Hof), de vreemde snuiter die bij hem in huis logeert, in de jurk van zijn overleden vrouw buiten met de dorpskinderen voetbalt. Fred stapt naar buiten om Theo weer naar binnen te trekken. Hij pakt de zonderling bij de hand en draait zich om, wanneer hij zich hoort worden nageroepen: “Homo!” Fred duikt op de scheldende tiener en knijpt hem de keel dicht. Zomaar. Is hij zó streng christelijk? Twijfelt hij diep van binnen aan zijn seksuele voorkeur, iets waar nog niet naar is opgebouwd? Nee, er is iets anders wat het netjes verklaart, maar dat komt tegen het einde van de film.

Net zo goed is er de heftigheid waarmee Kamps op de vreemde huissituatie van Fred reageert. Helemaal in het begin stond Kamps zelf met Theo in beeld, toen leek er geen vuiltje aan de lucht. Waarom nu deze overdreven strengheid? Ook dat komt aan het eind van de film piekfijn aan de orde.

Overigens, nog een klein detail dat me opviel om mee af te sluiten, in de omgekeerd chronologische volgorde die na de afbreking werd aangegeven. Is het niet fijn om een keer niet de allereerste ontmoeting tussen twee personages te zien? Misschien is die wel gefilmd en op de montagevloer beland, misschien niet. Het maakt niet uit. Wanneer je Theo voor het eerst in beeld ziet, kent Fred hem simpelweg al en pas vanaf deze tweede ontmoeting wordt het verhaal aangestuwd. Mooi toch?

Matterhorn001-590x260

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s